Hoewel de militarisatie van onderontwikkelde landen aan de orde van de dag is - zo valt er meer en meer agrarisch land in handen van legers en militaire ordes - zijn ook andere geluiden te horen. Zo heeft België een trainingsprogramma opgezet om Congolese strijders om te toveren tot klusjesman. Zo kunnen zij - naast het schamele loon dat ze verdienen met oorlogje voeren - toch een extra zakcentje verdienen. Ze dragen bovendien op een goede manier bij aan de wederopbouw van het land en zien geen aanleiding om rebels gedrag te vertonen.

Deze imago-shift is goed ontvangen door de Congolese medeburger. De driehonderd nieuwboren electriciëns, metselaars en loodgieters hebben bijgedragen aan de renovatie van schoolgebouwen, het meubileren van scholen en het bouwen van bruggen. Naast deze technische bekwaamheden worden de soldaten ook getraind in het onderhouden van een eigen stukje land, zodat ze zelf in hun voedselbehoefte kunnen gaan voorzien. De criminaliteit onder deze militairen is een stuk teruggenomen: ze kunnen nu hun eigen boontje doppen en zien niet langer de meerwaarde van het bestelen van gewone burgers.

Deze vorm van ontwikkelingshulp is kenmerkend voor de afgelopen jaren. Zeker na natuurrampen als de tsunami van december 2004, groeien dergelijke investeringen in vaardigheden en kwaliteiten van getroffenen. Het stelt mensen in staat zelf opnieuw vorm en zin te geven aan het bestaan, opnieuw een structureel inkomen te verwerven en voor zichzelf op te komen. Kortom, het gaat om een duurzame investering, waarbij gedragsverandering ook bepalend kan zijn voor de omgangsregels in een samenleving.

Reageren op dit artikel kan ook hier